**1..** Aan de medewerker, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van één der toelagen als genoemd in de artikelen 5:1:2 en 5:1:3 een blijvende verlaging ondergaat wordt, onverminderd het bepaalde in de leden 3, 4 en 5, een aflopende toelage toegekend indien de medewerker deze toelagen gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2..** De aflopende toelage als bedoeld in lid 1 bedraagt:
**1..** het eerste halfjaar 100% van de daling van de bezoldiging;
**2..** het tweede halfjaar 75% van de daling van de bezoldiging;
**3..** het derde halfjaar 50% van de daling van de bezoldiging;
**4..** het vierde halfjaar 25% van de daling van de bezoldiging.
**3..** De medewerker die bij het vervallen van een functiegebonden- of persoonsgebonden toelage 60 jaar of ouder is, geniet overeenkomstig het bepaalde in artikel 22, lid 2, van de Bezoldigingsverordening 2000 een blijvende toelage.
**4..** De afbouwtoelage wegens het vervallen van een functiegebonden- of persoonsgebonden toelage gaat overeenkomstig het bepaalde in artikel 22, lid 3, van de Bezoldigingsverordening 2000 over in een blijvende toelage wanneer de medewerker de leeftijd van 60 bereikt.
**5..** De medewerker die bij het vervallen van de coördinatietoelage deze taak zonder wezenlijke onderbreking 10 jaar of langer heeft uitgevoerd dan wel 60 jaar of ouder is, geniet ingevolge het bepaalde in punt 3 van Bijlage 2 bij de Bezoldigingsverordening 2000 een blijvende toelage.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 5:1:4
Garantiebepaling bij vervallen van toelagen (zie de artikelsgewijze toelichting)
Onderdeel van Sociaal statuut organisatieverandering voor ambtenaren in dienst van de gemeente Wijk bij Duurstede 2013