Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
artikel 9 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden
onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerstecategorie:
het zich niet of niet tijdig laten registreren als
werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of het niet of niet tijdig laten
verlengen van de registratie;
het niet of in onvoldoende mate verstrekken van
inlichtingen aan het college die nodig zijn voor het
bepalen van een geschikt re-integratietraject en/of
geschikte voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling
en/of sociale activering;
Tweede categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
arbeid te verkrijgen;
het niet of niet tijdig voldoen aan een oproep om, in
verband met de inschakeling in de arbeid, op een
aangegeven plaats en tijd te verschijnen;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling
als bedoeld in artikel 5 van de
re-integratieverordening;
het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden naar
uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs te onderzoeken
gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid,
van de wet;
het in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen,
uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak als
bedoeld in artikel 44a, van de wet;
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen als
bedoeld in artikel 9, eerste lid of artikel 55 van de
wet, gedurende 4 weken na de melding in de zin van
artikel 43 vierde en vijfde lid van de wet;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken
de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onderdeel b van de wet niet te willen nakomen, hetgeen
heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing als
bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de wet op grond
van artikel 9a, vijfde lid, onderdeel d van
de wet;
het zich niet laten inschrijven bij uitzendbureaus;
het niet naar vermogen verrichten van door het college
opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid
onderdeel c, van de wet.
Derde categorie:
het niet of niet naar vermogen gebruikmaken van een
doorhet collegeaangeboden
voorziening gericht op arbeidsinschakeling, of het niet
of niet naar vermogen deelnemen aan de verschillende
onderdelen van het re-integratietraject, inclusief
voorzieningen of trajecten gericht op sociale
activering;
het niet of in onvoldoende mate voldoen aan de
specifieke verplichtingen die het college aan een
aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling
verbindt, inclusief specifieke verplichtingen verbonden
aan sociale activering;
gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren.
Vierde categorie:
Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
arbeid.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Indeling in categorieën
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2013