**1..** Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het
belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak
verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt,
bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het
einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven,
tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50.
**4..** Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2002