Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 10

Instandhoudingsbepaling gemeentelijke monumenten

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden

1.. Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. 2.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3.. In afwijking van het tweede lid is geen vergunning vereist indien de werkzaamheden vallen onder de lijst van vergunningvrije werkzaamheden die door het college is vastgesteld. In deze gevallen geldt een meldingsplicht. 4.. Het is verboden om zonder of in afwijking van een melding als bedoeld in lid 3 werkzaamheden aan een gemeentelijk monument uit te voeren. 5.. Een melding als bedoeld in lid 3 wordt ten minste vier weken voor de aanvang van de werkzaamheden schriftelijk ingediend bij het college. De melder verstrekt hierbij de gegevens die volgens het college voor een goede beoordeling noodzakelijk zijn. 6.. De start van de werkzaamheden bedoeld in lid 3 moet mondeling of schriftelijk aan het college worden gemeld. 7.. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een kerkelijk monument, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel