Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Inleiding

Onderdeel van Beleidsregel planschadeovereenkomsten

Bij de volgende planologische maatregelen wordt, voorafgaand aan het door het college te nemen besluit, een planschadeovereenkomst tussen de vergunningvrager en de gemeente verlangd: In alle gevallen waarin een omgevingsvergunning is aangevraagd waaraan slechts medewerking kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1o van de Wabo (binnenplanse afwijking) indien sprake kan zijn van één van de volgende criteria: Toename verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte; Toename overlast door lawaai, stank en/of trillingen; Belemmering van lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; Schending van het uitzicht; Privacy verslechtering van aangrenzende bebouwing en gronden; Negatieve effecten op de gezondheid; In alle gevallen waarin een omgevingsvergunning is aangevraagd waaraan slechts medewerking kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2o van de Wabo (buitenplanse afwijking); In alle gevallen waarin een omgevingsvergunning is aangevraagd waaraan slechts medewerking kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3o van de Wabo (“projectafwijkingsbesluit”); In alle gevallen waarin een omgevingsvergunning is aangevraagd waaraan slechts medewerking kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 2 van de Wabo (tijdelijke afwijking); In alle gevallen waarin een omgevingsvergunning is aangevraagd, waarvoor een bestemmingsplan of een wijzigingsplan in procedure moet worden gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel