Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.

Vaststelling bedragen persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden.

Onderdeel van Besluit voorzieningen WMO gemeente Vlissingen 2013

3.1 Dit artikel bevat het uurtarief van het ‘klassiek’ persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden en het uurtarief van het persoonsgebonden budget voor een alfahulp. 3.2 De te bieden ondersteuning bij het voeren van een huishouden kan bestaan uit huishoudelijke hulp of huishoudelijke zorg. De keuze tussen huishoudelijke hulp of huishoudelijke zorg is afhankelijk (van de mate) van het regisserend vermogen van de aanvrager of cliënt en haar/zijn ‘naaste omgeving’. De aanvrager en haar/zijn naaste omgeving worden tezamen ook wel aangeduid als ‘cliëntsysteem’. In dit verband maken personen die met regelmaat en met korte tussenpozen een bezoek aan de cliënt brengen, deel uit van de naaste omgeving van de cliënt dan wel van het cliëntsysteem. De primaire vraag luidt dus: beschikt de aanvrager, eventueel samen met haar/zijn naaste omgeving, over voldoende regisserend vermogen? ‘Regisserend vermogen’ is het vermogen om zich een oordeel te vormen en zaken te regelen. (Hieronder wordt dit nader uitgewerkt in relatie tot het voeren van een huishouden.) Als uit het onderzoek blijkt dat de aanvrager, eventueel samen met haar/zijn naaste omgeving, over voldoende regisserend vermogen beschikt, komt de aanvrager in aanmerking voor huishoudelijke hulp. Bij het ontbreken van een voldoende regisserend vermogen bij de cliënt en haar/zijn naaste omgeving is huishoudelijke zorg op zijn plaats. Dit onderscheid geldt natuurlijk voor alle aanvragen van ondersteuning bij het voeren van het huishouden, ongeacht de gewenste leveringsvorm (in natura, PGB of PGB-alfahulp). Voor het toekennen van ondersteuning bij het voeren van het huishouden in de vorm van een PGB (voor een alfahulp) moet de aanvrager, eventueel samen met haar/zijn naaste omgeving, over voldoende regisserend vermogen beschikken. De aanvrager moet immers, eventueel samen met de naaste omgeving, in staat zijn om afspraken te maken met de hulp over de aard en de omvang van de te verrichten werkzaamheden, de tijdstippen waarop deze uitgevoerd (moeten) worden en de beloning. Verder moet de aanvrager (samen met de naaste omgeving) in staat zijn om de voortgang en de kwaliteit van het geleverde werk te beoordelen en zo nodig corrigerend kunnen optreden. Tenslotte moet de aanvrager (samen met de naaste omgeving) in staat zijn om de arbeidsovereenkomst te beoordelen en de financiële consequenties te overzien van het ‘inkopen’ van huishoudelijke hulp. Om deze redenen mag een alfahulp enkel huishoudelijke hulp leveren, geen huishoudelijke zorg. Tevens betekent dit dat een hulp die ondersteuning bij het voeren van een huishouden biedt op basis van een ‘ klassiek’ PGB, enkel huishoudelijke hulp kan verlenen. Artikel 3.2 bepaalt hoe de hoogte van het ‘klassiek’ PGB wordt berekend. Tevens bevat dit artikel nadere condities over het vergoeden doorbetalen van het loon van een vervangende hulp tijdens ziekte van de hulpverlener, de kosten van ziekteverzuimbegeleiding en arbodienst. De budgethouder geeft de ziekmelding van de hulp door aan de Sociale Verzekeringsbank. De budgethouder betaalt de zieke hulp vanuit het PGB door gedurende maximaal zes weken. Wanneer de hulp na zes weken nog steeds ziek is, neemt de Sociale Verzekeringsbank de betaling van de zieke hulp over op grond van de Ziektewet (maximaal één jaar). Tevens schakelt de Sociale Verzekeringsbank een arbodienst in en zorgt voor ziekteverzuimbegeleiding. De budgethouder kiest een vervangende hulp en meldt dit aan de Sociale Verzekeringsbank. De Sociale Verzekeringsbank verstrekt een budget voor vervangende loonkosten aan de budgethouder en declareert deze kosten aan de gemeente. De budgethouder betaalt geen loon door tijdens de vakantie van de hulp. 3.3 De persoon aan wie het PGB is toegekend, ontvangt het bruto PGB. Dat wil zeggen dat de eigen bijdrage niet vooraf in mindering is gebracht op het PGB. 3.4 Personen die in aanmerking komen voor hulp bij het huishouden, kunnen kiezen uit een voorziening in natura of een daarmee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget, waaronder een persoonsgebonden budget voor een alfahulp. Eigenlijk zijn er dus drie keuzemogelijkheden: natura, het ‘klassiek’ persoonsgebonden budget (zoals dat reeds bestond vóór invoering van de Wmo) en een persoonsgebonden budget voor een alfahulp. “Vergelijkbaar en toereikend” wil zeggen dat de aanvrager die kiest voor een persoonsgebonden budget, met het te ontvangen persoonsgebonden budget in staat gesteld moet worden om in vergelijking met een keuze voor hulp bij het huishouden in natura eenzelfde aantal uren hulp in te kopen. Op het in dienst nemen van een alfahulp door de burger is de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing. De ontvanger van de hulp en de alfahulp sluiten een arbeidsovereenkomst en bepalen samen voor welk loon de hulp bij het huishouden wordt verricht. De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag vormt hierbij de ondergrens. De ontvanger van de hulp is op grond van artikel 5 van de Wet op de loonbelasting 1964 werkgever en behoeft geen loonbelasting of premies werknemersverzekeringen in te houden of af te dragen, mits de alfahulp ten hoogste drie dagen per week hulp komt verlenen. Op de arbeidsrelatie is het arbeidsovereen-komstenrecht van toepassing, uitgezonderd de sociale zekerheids- en ontslagbepalingen. De alfahulp mag niet meer dan drie dagen per week voor dezelfde persoon werkzaam zijn. Bij meer dan drie dagen per week wordt de bijzondere alfahulparbeidsovereenkomst een ‘gewone’ arbeidsovereenkomst waar het arbeidsrecht volledig op van toepassing is; in dat geval moet de werkgever het nettoloon (laten) uitbetalen. De alfahulp dient zelf jaarlijks de ontvangen vergoeding op te geven in de aangifte inkomstenbelasting. Wanneer de alfahulp ziek wordt, meldt de werkgever dit direct aan het servicebureau. Het servicebureau declareert de loonkosten van de zieke alfahulp (na twee wachtdagen) gedurende maximaal zes weken rechtstreeks aan de gemeente. De kosten van de vervangende hulp komen ten laste van het persoonsgebonden budget voor de alfahulp. De alfahulp ontvangt geen loon tijdens vakantie. De werkgever is aansprakelijk voor schade die ontstaat tijdens de werkzaamheden van de alfahulp. De door de gemeente met de Sociale Verzekeringsbank gesloten ‘aansluitovereenkomst’ (zie hieronder) dekt deze schade mits de werkgever de arbeidsovereenkomst met de alfahulp kan overleggen. Hieronder wordt aangegeven wat de gemeente heeft ‘geregeld’ om de keuze voor een persoonsgebonden budget voor een alfahulp toch aantrekkelijk te maken. Om de vraag van personen die hebben gekozen voor een persoonsgebonden budget voor een alfahulp en personen die als alfahulp hulp bij het huishouden willen verlenen bij elkaar te brengen, heeft de gemeente een contract gesloten met een aantal servicebureaus. Deze servicebureaus verrichten twee op zich staande activiteiten: de bemiddelingsfunctie en de kassiersfunctie. a) bemiddelingsfunctie: bij de bemiddeling gaat het uitsluitend om het bij elkaar brengen van twee partijen, namelijk de opdrachtgever/toekomstig werkgever en de alfahulp. Het servicebureau brengt als bemiddelaar het contact tussen de opdrachtgever (= de persoon die heeft gekozen voor een persoonsgebonden budget voor een alfahulp) en een derde (= de alfahulp) tot stand. Wanneer de opdrachtgever en de alfahulp vervolgens een arbeidsovereenkomst sluiten, eindigt de bemiddelingsfunctie. De opdrachtgever en de alfahulp komen het uurtarief overeen, en bepalen samen wanneer de alfahulp hulp bij het huishouden komt verlenen en welke werkzaamheden de alfahulp daarbij zal verrichten. De werkgever kan bij ziekte of vakantie van de alfahulp een nieuwe bemiddelingsopdracht aan het servicebureau geven voor het bemiddelen van een vervangende (tijdelijke) hulp. De bemiddelingsovereenkomst is geregeld in afdeling 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Bij bemiddeling gaat het om het samenbrengen van partijen. De burger kan een derde, bijvoorbeeld een van de door de gemeente gecontracteerde servicebureaus, opdracht geven om voor hem een alfahulp te zoeken. b) kassiersfunctie: om de administratieve lasten voor de personen die hebben gekozen voor een persoonsgebonden budget voor een alfahulp te verlichten, heeft de gemeente aan de gecontracteerde servicebureaus tevens de zogenoemde ‘kassiersfunctie’ opgedragen. De kassiersfunctie omvat de volgende werkzaamheden: - loonbetaling: de persoon die heeft gekozen voor een persoonsgebonden budget voor een alfahulp, machtigt de gemeente om het persoonsgebonden budget uit te (doen) voeren. Het door deze persoon gekozen servicebureau betaalt het loon aan de alfahulp in opdracht en voor rekening van haar/zijn werkgever. Hierbij ontbreekt elke gezagsverhouding tussen de alfahulp en het servicebureau. - loonadministratie: het servicebureau stelt een jaaroverzicht samen met de door de alfahulp gewerkte uren en de aan de alfahulp uitbetaalde vergoeding. - doorbetaling bij ziekte: wanneer de werkgever de ziekmelding doorgeeft aan het servicebureau en daarbij een opdracht geeft om een tijdelijke, vervangende alfahulp te zoeken, komen de loonkosten van de vervangende alfahulp gedurende de ziekte van de vaste alfahulp ten laste van het persoonsgebonden budget. De eerste twee ziektedagen zijn voor rekening van de alfahulp. Daarna brengt het servicebureau de loonkosten van de zieke alfahulp gedurende maximaal zes weken rechtstreeks in rekening aan de gemeente. - continuering hulp bij ziekte of tijdens vakantie van de alfahulp: zoals hierboven aangegeven, kan de werkgever er voor kiezen om door het servicebureau een tijdelijke alfahulp te laten bemiddelen. De werkgever zal hiervoor altijd zelf het initiatief moeten nemen. Het servicebureau bemiddelt namelijk enkel in opdracht van de werkgever. In dat geval moet de werkgever een nieuwe, kortdurende arbeidsovereenkomst sluiten. - werkgeversaansprakelijkheidsverzekering: de gemeente heeft door middel van de met de Sociale Verzekeringsbank gesloten ‘aansluitovereenkomst’ tevens voorzien in een rechtsbijstandverzekering en in een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid van de werkgever van de alfahulp voor wat de alfahulp tijdens werktijd doet. - model-arbeidsovereenkomst: de gemeente biedt de opdrachtgever en de alfahulp een model-arbeidsovereenkomst aan. De burger blijft als werkgever altijd verantwoordelijk voor de alfahulp. De gemeente noch het servicebureau kan een deel van deze verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid van de burger als werkgever overnemen. Het servicebureau mag nimmer het uurloon van de alfahulp bepalen, en evenmin de werktijden van de alfahulp en de door de alfahulp te verrichten werkzaamheden. Het servicebureau mag evenmin partij (mede-werkgever) zijn bij de arbeidsovereenkomst. De aanvrager die kiest voor het ‘klassiek’ persoonsgebonden budget, kan ervoor kiezen om een opdracht te verlenen of een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Wanneer de aanvrager kiest voor een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie dagen per week, is de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing. De aanvrager wordt ‘volledig werkgever’, hetgeen inhoudt dat de werkgever ook loonbelasting en premies werknemersverzekeringen moet betalen, indien de hulp vier dagen per week of meer komt werken. In het geval van een keuze voor het opdrachtgeverschap sluiten de aanvrager en de zelfstandige (ZZP-er) een overeenkomst van opdracht. De opdrachtgever zal een vergoeding voor de geleverde prestatie moeten betalen en daarnaast door de opdrachtnemer gemaakte kosten moeten vergoeden (artikelen 7:405 en 7:406 van het Burgerlijk Wetboek).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel