Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.

Artikel 5.

Onderdeel van Besluit voorzieningen WMO gemeente Vlissingen 2013

Het persoonsgebonden budget voor een vervoermiddel wordt op basis van de volgende criteria bepaald: de aanschafprijs van het voor de aanvrager goedkoopst-compenserend vervoermiddel inclusief 6% BTW. De medisch/ergonomisch adviseur bepaalt wat het voor de aanvrager goedkoopst-compenserend vervoermiddel is. indien van toepassing: de aanschafprijs inclusief 6% BTW van de voor de aanvrager noodzakelijke aanpassing(en) van het vervoermiddel. De medisch/ergonomisch adviseur bepaalt welke aanpassing(en) eventueel voor de aanvrager noodzakelijk is (zijn). de tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van het vervoermiddel gedurende de totale gebruiksduur met een minimum van zeven jaar bedraagt 28% van de aanschafprijs van het vervoermiddel exclusief BTW. Dit bedrag wordt tegelijk en eenmalig met de onder a (en b) bedoelde vergoeding(en) uitgekeerd. Toelichting: ad a. De medisch/ergonomisch adviseur houdt bij het bepalen van wat voor de aanvrager het goedkoopst-compenserend vervoermiddel is, rekening met de door de gemeentelijke leveranciers aangeboden kernassortimenten. Wanneer in geen van beide kernassortimenten een voor de aanvrager goedkoopst-compenserend vervoermiddel beschikbaar is, kiest de medisch/ergonomisch adviseur het voor de aanvrager goedkoopst-compenserend vervoermiddel buiten het kernassortiment van de gemeentelijke leveranciers. De gemeente vergoedt in beide gevallen de gehele aanschafprijs inclusief 6% BTW zoals die door de gemeentelijk leveranciers is of wordt vastgesteld. In de aanschafprijs zijn de kosten van eventueel noodzakelijke aanpassingen zoals bedoeld onder b) (eveneens inclusief 6% BTW) inbegrepen. ad c. De termijn van zeven jaar komt overeen met de economische afschrijvingstermijn van de in natura verstrekte voorzieningen. De tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering is afgeleid van de in de revalidatiebranche gehanteerde vuistregel dat deze kosten per jaar uitgedrukt kunnen worden in een percentage van de aanschafprijs exclusief BTW, zijnde 4% van de aanschafprijs exclusief BTW. Wanneer de cliënt geen gebruik meer maakt van de van het persoonsgebonden budget gekochte voorziening, en deze voorziening niet technisch is afgeschreven, draagt de cliënt deze voorziening zonder nadere voorwaarden over aan de gemeente. In plaats hiervan kan de cliënt er ook voor kiezen om het nog niet economisch afgeschreven deel (= het nog niet verstreken deel van de zevenjarige termijn) van het oorspronkelijk persoonsgebonden budget aan de gemeente terug te betalen.

Rechtspraak bij dit artikel