1. Subsidie voor aanbieders van peuteropvang en voorschoolse
educatie
Aanbieders van peuteropvang kunnen aanspraak maken op:
subsidie voor de uitvoering van een aanbod peuteropvang (2 dagdelen
van 3 uur per week) en/of;
subsidie voor de uitvoering van een aanbod peuteropvang met
voorschoolse educatie (4 dagdelen van 3 uur per week);
peutertoeslag voor ouders, als onderdeel van de subsidie
genoemd onder a. en b.
De ouder/ouders van wie het kind gebruik maakt van peuteropvang komen, via
de aanbieder, in aanmerking voor peutertoeslag:
Indien peuteropvang gericht is op kinderen van 2 tot 4 jaar.
Voor doelgroepkinderen voorschoolse educatie voor 4 dagdelen van 3
uur, voor 40 weken in het jaar, zijnde alle weken buiten de
schoolvakanties.
Voor overige kinderen maximaal 2 dagdelen van 3 uur, voor 40 weken
in het jaar, zijnde alle weken buiten de schoolvakanties.
Indien de geplaatste kinderen woonachtig en ingeschreven zijn in de
gemeente Den Helder.
De ouder/ouders komt/komen niet in aanmerking voor de peutertoeslag
wanneer zij aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag.
Als de ouder/ouders in aanmerking komt/komen voor de
kinderopvangtoeslag voor minder uren in geval van een peutertoeslag,
kan aanvullend voor die meer-uren op een peutertoeslag aanspraak
worden gemaakt.
Bij peuteropvang komen peuterplaatsen alleen in aanmerking voor
subsidie als bedoeld onder a. indien de ouders/verzorgers
geen recht hebben op
fiscale kinderopvangtoeslag.
Ouders van doelgroepkinderen als bedoeld onder b. die wel recht
hebben op kinderopvangtoeslag vragen over het 1e en
2e dagdeel kinderopvangtoeslag aan. De kosten van het
2e en 3e dagdeel worden, in het kader van het
aanvullende aanbod voorschoolse educatie, gesubsidieerd door het
college.
Geen subsidie als bedoeld onder a. of b. wordt verleend wanneer
ouders een gemeentelijke tegemoetkoming ontvangen op grond van de
Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in het kader
van arbeidsintegratie.
Geen subsidie als bedoeld onder a., b. of c. wordt verleend wanneer
de aanbieder geen voorschoolse educatieprogramma biedt.
Aanbieders van kinderopvang kunnen aanspraak maken op:
Subsidie voor de uitvoering van een aanbod voorschoolse educatie,
het zogenaamde jaarbedrag voorschoolse educatie per geplaatste
peuter.
2. Vereisten bij de subsidieaanvraag
peuteropvangaanbieders
In aanvulling op de gegevens vermeld in artikel 2:2 Algemene
subsidieverordening dienen bij aanvraag per peuteropvangvoorziening
(-locatie) de volgende gespecificeerde gegevens schriftelijk te worden
overgelegd:
registratienummer landelijke register, locatienaam, adres- en
contactgegevens;
het aantal kinderen voor wie in het boekjaar peuterplaatsen
peuteropvang wordt aangeboden, waarvan de ouders geen recht hebben
op de kinderopvangtoeslag;
het aantal doelgroepkinderen voor wie in het boekjaar peuterplaatsen
voorschoolse educatie in de peuteropvang wordt aangeboden, met
kopieën van bewijsstukken waaruit blijkt dat er voor de betreffende
kinderen aanspraak is op voorschoolse educatie (verwijsformulier GGD
Hollands Noorden), per 1 september in het lopende jaar;
een opgave van het voor het boekjaar geldende uurtarief van de
peuteropvangaanbieder;
een opgave van de ouderbijdrage per peuterplaats peuteropvang op
grond van de vastgestelde Tabel 1 genoemd in Artikel 3;
De naam van het voorschoolse educatieprogramma
3. Voorwaarden bij de subsidieaanvraag
peuteropvangaanbieders
De subsidieaanvrager dient behalve aan de algemene voorwaarden
genoemd in de Algemene subsidieverordening te voldoen aan de
voorwaarden genoemd in:
de Verordening ruimte en inrichtingseisen peuterspeelzaalwerk
gemeente Den Helder;
de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, en
te voldoen aan de eisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit
voorschoolse educatie.
Het college rekent bij subsidiering met een uurtarief dat niet meer
dan € 8,77 bedraagt. De peuteropvangaanbieder stelt een uurtarief
vast voor peuteropvang op basis van de kostprijs. Wanneer de
kostprijs en uurtarief hoger zijn dan € 8,77 is de aanbieder
verantwoordelijk voor de bekostiging, vanaf € 8,77.
De peuteropvang maakt gebruik van het overdrachtsformulier en
verzorgt een gedegen overdracht naar de basisschool op grond van het
Convenant Voor- en vroegschoolse Educatie Den Helder.
De peuteropvang werkt biedt peuterspeelzaalwerk niveau 2.
4. Vereisten bij de subsidieaanvraag
kinderdagopvangaanbieders
In aanvulling op de gegevens vermeld in artikel 2:2 Algemene
subsidieverordening 2013 dienen bij aanvraag per kinderdagopvangvoorziening
(-locatie) de volgende gespecificeerde gegevens schriftelijk te worden
overgelegd:
registratienummer landelijke register, locatienaam, adres- en
contactgegevens;
het aantal doelgroepkinderen voor wie in het boekjaar voorschoolse
educatie wordt aangeboden;
de naam van het voorschoolse educatieprogramma.
5. Voorwaarden bij de subsidieaanvraag
kinderdagopvangaanbieders
De subsidieaanvrager dient behalve aan de algemene voorwaarden genoemd in de
Algemene subsidieverordening te voldoen aan de voorwaarden genoemd in:
de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, en
te voldoen aan de eisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit
voorschoolse educatie.
6. Vereisten bij aanvraag peutertoeslagvoor
ouders/verzorgers
Bij verlening van de toeslag wordt uitgegaan van een door de
ouder(s) opgegeven gezamenlijk toetsingsinkomen voor het betreffende
toeslagjaar. Ouders tonen dit aan door het indienen van een
jaaropgaaf of loonstrookje bij de aanbieder.
De ouders overleggen het formulier ‘Verklaring geen recht
op kinderopvangtoeslag’ aan de aanbieder waaruit
blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peutertoeslag.
7. Aanvraagformulier
Het college kan model aanvraagformulieren vaststellen.
8. Datum aanvraag subsidie
Vóór 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het boekjaar waarvoor subsidie
wordt aangevraagd, dient de subsidieaanvrager bij het college een
subsidieaanvraag in. Voor het eerst vóór 1 oktober 2013.
Artikel 3
De subsidieaanvraag
Onderdeel van Deelsubsidieverordening Voorschoolse voorzieningen Den Helder