Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Verantwoording en subsidievaststelling

Onderdeel van Deelsubsidieverordening Voorschoolse voorzieningen Den Helder

In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 4 van de Algemene subsidieverordening 2013 legt de subsidieaanvrager verantwoording af over: alle peuters die in het boekjaar hebben deelgenomen aan een door het college gesubsidieerd aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie met opgave van de periode die zij gedurende het boekjaar hebben deelgenomen en, indien van toepassing, of zij tot de doelgroep behoren waarbij: voor peuteropvang per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van het formulier ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ worden overgelegd waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peuteropvang; voor voorschoolse educatie per gesubsidieerde peuterplaats door de subsidieaanvrager gewaarmerkte kopieën van het verwijsformulier voorschoolse educatie GGD Hollands Noorden worden overgelegd waaruit blijkt dat rechtmatig gebruik gemaakt wordt van voorschoolse educatie; een opgave per gesubsidieerde peuterplaats van de werkelijk gefactureerde ouderbijdragen in het kalenderjaar wordt overgelegd; het totaal aantal daadwerkelijk bezette peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie gedurende het boekjaar afgeleid van de gegevens onder lid a, waarbij voor de berekening van een peuterplaats die gedurende een deel van het boekjaar is bezet het aantal maanden naar beneden wordt afgerond indien de peuterplaats na de 15e van de maand is bezet en/of voor de 16e van de maand is beëindigd en naar boven wordt afgerond indien de peuterplaats voor de 16e van de maand is bezet en/of na de 15e van de maand is beëindigd, waarbij vervolgens voor de bepaling van de gerealiseerde peuterplaats de volgende formule wordt gehanteerd: A (= het aantal maanden dat de peuterplaats is bezet) : 12 = B (= de omvang van een peuterplaats die een gedeelte van het kalenderjaar is bezet afgerond op 2 decimalen achter de komma); de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte voorschoolse educatieprogramma’s. Het college kan nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren. Voor 1 juni van het betreffende boekjaar wordt door de subsidieaanvrager een tussentijds schriftelijk overzicht ingediend waaruit de bezetting blijkt. Het college kan formats vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens.

Rechtspraak bij dit artikel