Een aanvrager kan voor de in artikel 30, onder b en c vermelde voorziening in aanmerking komen indien:
aantoonbare beperkingen op grond van de persoonskenmerken het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 30, onder a, onmogelijk maken;
een collectief systeem als bedoeld in artikel 30, onder a, niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 32
Het recht op een individuele vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening Individuele Wmo-voorzieningen gemeente Zutphen