Naar hoofdinhoud
A Aan de laatste alinea van artikel 1.1.5 wordt een volzin toegevoegd, luidende: Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger desgevraagd de belastingaanslag marginaal toetst. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening met belastingteruggaven begrepen. Genomen invorderingsmaatregelen draait de ontvanger zoveel mogelijk terug. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. B Na artikel 19.1.7 wordt een artikel ingevoegd, luidende: 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenootAls de echtgenoot van de belastingschuldige recht heeft op gelden, penningen of periodieke betalingen die in de huwelijksgemeenschap vallen, dan kan de ontvanger een vordering ten laste van de echtgenoot doen. De bekendmaking van de vordering dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht dagen na het doen van de vordering, te geschieden aan de belastingschuldige en de echtgenoot afzonderlijk. C Na artikel 22.8.12 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende als volgt. Artikel 22bis Mededeling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. D Na artikel 25.7.5 worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 25a Uitstel van betaling exitheffingen Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 25a.1. Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. E Artikel 26.2.12 wordt als volgt gewijzigd: In onderdeel B wordt de zinsnede ‘met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 51 en met het bedrag aan onderwijsretributie groot € 88,75’ vervangen door: met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 51 en met het bedrag aan onderwijsretributie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel