Met een ontslag, als bedoeld in artikel 6:2:3, vijfde lid van de CAR/UWO, wordt een beëindiging van de dienstbetrekking door overlijden gelijk gesteld.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6:2:3, vijfde lid van de CAR/UWO, geldt - behoudens in geval van overlijden - dat geen vergoeding wordt gegeven indien de ambtenaar redelijkerwijze in staat moest worden geacht zijn restant aantal vakantie-uren op te nemen vóór de datum van het ontslag.