Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter, het dagelijks bestuur, de directeur en de aangewezen leidinggevenden verschaffen het algemeen bestuur gevraagd of ongevraagd informatie over de uitvoering van de taken en bevoegdheden die zijn gemandateerd. 2.. De voorzitter, het dagelijks bestuur, de directeur en de aangewezen leidinggevenden informeren het algemeen bestuur bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.

Rechtspraak bij dit artikel