Naar hoofdinhoud
Op grond van het bepaalde in artikel 15:1:16, lid 1, van de RAGR, heeft het college van burgemeester en wethouders het navolgende bepaald ten aanzien van gelaatsbedekkende kleding: Het college van burgemeester en wethouders heeft, conform een eerder besluit van het Kabinet dienaangaande, bepaald dat het dragen van gelaatsbedekkende kleding niet verenigbaar is met goed ambtenaarschap. Het dragen van gelaatsbedekkende kleding belemmert de open communicatie in sterke mate; gelaatsuitdrukkingen worden verborgen en door gelaatsbedekkende kleding wordt afstand gecreëerd. Dit is in het algemeen, maar zeker voor werknemers in de openbare dienst onwenselijk en houdt bovendien risico’s in voor het functioneren van de openbare dienst als geheel. Een open communicatie is niet alleen van belang voor werknemers die in direct contact met de burger staan, maar een open communicatie op de werkvloer tussen collega’s onderling is eveneens belangrijk voor het functioneren van de gemeentelijke organisatie. Daarnaast wordt de positie van de vrouw in de Nederlandse samenleving, maar ook haar positie op de arbeidsmarkt, bemoeilijkt door het dragen van gelaatsbedekkende kleding. Om bovenstaande redenen staat het college het dragen van gelaatsbedekkende kleding voor álle functies binnen de gemeente niet toe. Bovenstaand besluit geldt voor personen die werkzaam zijn bij de gemeente Roermond, ongeacht de basis waarop (hieronder vallen daarmee o.a. ook uitzendkrachten, stagiaires, enz.).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel