Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Algemene gebiedsregels

Onderdeel van Beheersverordening Zandrijk

10.1 Parkeereis Bij de afgifte van een omgevingsvergunning en/of afwijkingsvergunning dienen, indien de omvang of de functie van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, op of onder dat gebouw dan wel op het bij het gebouw horende perceel, afhankelijk van de functie, grootte en bereikbaarheid per openbaar vervoer, een door burgemeester en wethouders, conform de in Bijlage 1 opgenomen parkeernormen, te bepalen aantal parkeerplaatsen aanwezig zijn. 10.2 Afwijken van de parkeereis Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte en/of laad- en losruimte wordt voorzien. 10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de parkeervoorzieningen,zoals bedoeld in lid 10.1 indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel