Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 en 10:4 Awb, wordt geen mandaat verleend voor:
het vaststellen van beleidsregels;
het nemen van een besluit dat leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid;
het nemen van een besluit in afwijking van een beleidsregel op grond artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht of met gebruikmaking van een hardheidsclausule in een wettelijke regeling;
het nemen van een besluit dat leidt tot overschrijding van budgettaire bevoegdheden en begrotingsrichtlijnen;
het beslissen op een bezwaarschrift, tenzij dit uitdrukkelijk in de mandatenlijst is vermeld;
het nemen van een besluit waarbij afgeweken wordt van wettelijk verplichte adviezen.