Artikel 45 Bao is van toepassing op alle aanbestedingen van de Gemeente.
Als een ‘delict in strijd met de beroepsgedragsregels’ als bedoeld in artikel 45 lid 3 sub c Bao wordt door de Gemeente in ieder geval aangemerkt:
schending van geheimen als bedoeld in de artikelen 272 en 273 van het Wetboek van Strafrecht;
afpersing of afdreiging als bedoeld in de artikelen 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht;
oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht; of
bedrog bij de bouw als bedoeld in artikel 331 van het Wetboek van Strafrecht.
Als een ‘ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep’ als bedoeld in artikel 45 lid 3 sub d Bao wordt door de Gemeente in ieder geval aangemerkt het in het kader van de beroepsuitoefening:
doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd iemand iets te laten doen wat in strijd is met zijn plicht;
vervalsen of valselijk opmaken van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen;
verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd financieel voordeel te behalen;
handelen of nalaten waardoor de lichamelijke integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht;
opgelegd hebben gekregen van een boete of last onder dwangsom in de zin van artikel 56 lid 1 Mededingingswet of een vergelijkbare bepaling van het gemeenschapsrecht of het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie;
in het kader van de uitvoering van een opdracht hebben begaan van een onrechtmatige daad waaruit ernstige schade is voortgevloeid, danwel het ernstig toerekenbaar tekortschieten bij de nakoming van zijn verplichtingen, danwel het door de Gemeente toegekend hebben gekregen van zes of meer strafpunten als bedoeld in artikel 7 van deze regeling; of
onderworpen zijn aan een onderzoek door een bevoegde overheidsinstantie wegens verdenkingen ten aanzien van een of meer van de in lid 2 en lid 3 van dit artikel bedoelde gronden, voor zover de Gemeente hiervan ernstig nadeel ondervindt of dreigt te ondervinden.
Voor het vaststellen van een ‘delict in strijd met de beroepsgedragsregels’ of een ‘ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep’, als bedoeld in dit artikel, blijven feiten en omstandigheden die zich langer dan vier jaar voorafgaand aan het moment van aanmelding voor c.q. inschrijving op de aanbesteding hebben voorgedaan, buiten beschouwing.
De Gemeente aanvaardt de in artikel 5 lid 3 van deze regeling bedoelde verklaring niet noodzakelijkerwijs als voldoende bewijs dat de betreffende onderneming niet een ‘delict in strijd met de beroepsgedragsregels’ of een ‘ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep’, als bedoeld in dit artikel, heeft begaan. De Gemeente behoudt zich het recht voor om een onderneming die tijdig een dergelijke verklaring heeft ingediend toch uit te sluiten indien zij hiertoe aanleiding ziet.Het in dit artikellid bepaalde prevaleert boven het ter zake bepaalde in het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005) of een ander aanbestedingsreglement dat in voorkomend geval van toepassing kan zijn.
Het door een onderneming aangaan van een (strafrechtelijke) transactie met een daartoe bevoegde instantie ter zake een of meer van de in lid 2 en lid 3 van dit artikel genoemde gronden wordt bij de toepassing van deze regeling gelijkgesteld aan een onherroepelijke veroordelende rechterlijke uitspraak ter zake.
De Gemeente kan een onderneming eveneens uitsluiten vanwege het feit dat een door de betreffende onderneming in te schakelen onderaannemer, een andere onderneming waarmee de betreffende onderneming een combinatie vormt, danwel een derde op wiens kwalificaties de betreffende onderneming een beroep doet, verkeert in een van de omstandigheden genoemd in dit artikel.
De Gemeente behoudt de discretionaire bevoegdheid om in een concreet geval te beslissen niet over te gaan tot uitsluiting van een bepaalde onderneming op een van de in dit artikel genoemde gronden, indien naar het oordeel van de Gemeente:
uitsluiting van de betreffende onderneming strijdig is met de belangen van de Gemeente;
de betreffende onderneming aantoonbare en overtuigende vertrouwenwekkende maatregelen heeft genomen, gericht op het corrigeren en/of in de toekomst voorkomen van handelen in strijd met de beroepsgedragsregels c.q. van het begaan van ernstige fouten in de uitoefening van zijn beroep, als bedoeld in dit artikel;
uitsluiting anderszins niet wenselijk, gerechtvaardigd of proportioneel is.
Artikel 7 Beoordeling van integer en vakbekwaam handelen bij uitvoering van opdrachten voor de Gemeente
De Gemeente beoordeelt of ondernemingen bij de uitvoering van opdrachten voor de Gemeente vakbekwaam en/of integer handelen c.q. hebben gehandeld. Onder handelen wordt bij de toepassing van deze regeling ook verstaan het nalaten van een gedraging.
De in dit artikel bedoelde beoordeling wordt schriftelijk vastgelegd bij opdrachten waarbij de leverandier niet of onvoldoende presteert. Bij opdrachten voor de Gemeente met een totale contractswaarde van € 10.000 of hoger bij afloop, danwel op een eerder moment indien de Gemeente daartoe aanleiding ziet. Bij raamovereenkomsten met een totale contractswaarde van € 10.000 of hoger vindt deze beoordeling ten minste jaarlijks en eveneens na afloop van de raamovereenkomst, danwel op een eerder moment indien de gemeente daartoe aanleiding ziet. De Gemeente behoudt zich het recht voor om deze beoordeling ook bij andere opdrachten uit te voeren.
De Gemeente maakt bij de in dit artikel bedoelde beoordeling gebruik van het evaluatieformulier dat als bijlage aan deze regeling is gehecht.
De in dit artikel bedoelde beoordeling kan leiden tot de toekenning door de Gemeente van strafpunten aan een onderneming. Alvorens deze strafpunten definitief worden toegekend, stelt de Gemeente de betreffende onderneming zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het voornemen van de Gemeente om strafpunten toe te kennen. De betreffende onderneming heeft vervolgens gedurende twee weken na de verzending van de mededeling van het hier bedoelde voornemen gelegenheid om haar zienswijze dienaangaande kenbaar te maken aan de Gemeente. Daarna beslist de Gemeente over de definitieve toekenning van de strafpunten. De Gemeente deelt deze beslissing zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd mee aan de betreffende onderneming.
De Gemeente legt definitief toegekende strafpunten vast in een register. Toegekende strafpunten verjaren twee jaar na de mededeling van de beslissing tot definitieve toekenning daarvan aan de betreffende onderneming, als bedoeld in lid 4 van dit artikel. Verjaarde strafpunten worden niet in aanmerking genomen bij beoordeling door de Gemeente of een bepaalde onderneming wordt uitgesloten, als bedoeld in artikel 6 lid 3 sub f van deze regeling.
Het aantal door de Gemeente toe te kennen strafpunten hangt af van de ernst van het geconstateerde niet-vakbekwame c.q. niet-integere handelen door de onderneming, overeenkomstig de volgende systematiek:
zeer ernstige tekortkoming: 5 strafpunten;
ernstige tekortkoming: 3 strafpunten;
beperkte tekortkoming: 1 strafpunt.
Van een ‘zeer ernstige tekortkoming’ in de zin van lid 6 van dit artikel is sprake indien de Gemeente ten gevolge van het handelen door de onderneming zeer ernstig wordt benadeeld en daarbij sprake is van opzet of grove schuld aan de kant van de betreffende onderneming.
Van een ‘ernstige tekortkoming’ in de zin van lid 6 van dit artikel is sprake indien:
de Gemeente ten gevolge van het handelen door de onderneming zeer ernstig wordt benadeeld, waarbij geen, althans onvoldoende aantoonbaar, sprake is van opzet of grove schuld aan de kant van de betreffende onderneming; danwel
het gaat om handelen door de onderneming in strijd met hetgeen, gelet op de offerte van de betreffende onderneming, de gesloten overeenkomst en/of hetgeen in het maatschappelijke verkeer betamelijk is, redelijkerwijs van de betreffende onderneming verwacht mag worden, en waardoor de Gemeente ernstig wordt benadeeld.
Van een ‘beperkte tekortkoming’ in de zin van lid 6 van dit artikel is sprake indien het gaat om handelen door de onderneming in strijd met hetgeen, gelet op de offerte van de betreffende onderneming, de gesloten overeenkomst en/of hetgeen in het maatschappelijke verkeer betamelijk is, redelijkerwijs van de betreffende onderneming verwacht mag worden, zonder dat de Gemeente hierdoor ernstig wordt benadeeld.
Het handelen van medewerkers van een onderneming wordt beschouwd als handelen van deze onderneming, tenzij deze onderneming overtuigend kan aantonen dat het betreffende handelen redelijkerwijs niet aan haar kan worden toegerekend. Bij of ten behoeve van een onderneming werkzame uitzendkrachten, gedetacheerde personen, ‘free-lancers’, etc. worden bij de toepassing van deze regeling beschouwd als medewerkers van de onderneming.
Het handelen door een onderaannemer wordt beschouwd als handelen van de onderneming die als hoofdaannemer optreedt, tenzij deze onderneming overtuigend kan aantonen dat het betreffende handelen redelijkerwijs niet aan haar kan worden toegerekend.
Het handelen door een combinatie van ondernemingen wordt volledig beschouwd als handelen door elk van deze ondernemingen afzonderlijk, tenzij de onderneming overtuigend kan aantonen dat het betreffende handelen redelijkerwijs niet aan haar kan worden toegerekend.
Artikel 6
Toepassing en beleidsmatige invulling artikel 45 Bao
Onderdeel van Aanbestedingsbeleid gemeente Heerlen