Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Afzien van verdere terugvordering

Onderdeel van Debiteurenbeleid Wwb, Ioaw, Ioaz gemeente Bronckhorst

1.. Het college ziet af van verdere terugvordering van de uitkering als bedoeld in artikel 58, lid 2 van de Wwb en artikel 25, lid 2 van de Ioaw en de Ioaz, als belanghebbende: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost. voorwaarden zijn dat verdere invordering gepaard gaat met onevenredige nadelige effecten voor belanghebbende, of belanghebbende een inkomen ontvangt dat naar verwachting langdurig niet meer bedraagt dan het geldende minimumloon. 2.. Als sprake is van terugvordering gepaard gaat met onevenredige nadelige effecten voor belanghebbende, of belanghebbende een inkomen ontvangt dat naar verwachting langdurig niet meer bedraagt dan het geldende minimumloon. 3.. De in het eerstel id, onder a en b genoemde termijn is drie jaar als: het gemiddeld inkomen van belanghebbende in die periode de beslagvrije voet als bedoeld in artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en de terugvordering niet het gevolg is van verwijtbaar gedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel