Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2012

Het college legt een maatregel op als belanghebbenden een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan hebben betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, waardoor belanghebbenden een beroep moeten doen op bijstand dan wel eerder of langer een beroep moeten doen op bijstand. Daarbij worden de volgende categorieën onderscheiden: Eerste categorie: niet alles in het werk stellen om een boedelscheiding tot stand te brengen; Tweede categorie: het verkopen van de woning beneden de WOZ-waarde; het te snel interen van vermogen dat meer bedroeg dan de toepasselijke vermogensgrens; onderbedeling bij echtscheiding; te late of geen aanvaarding van een voorliggende voorziening; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen schuld verliezen van het recht op een sociale zekerheidsuitkering; bij nadere overeenkomst afstand doen van door de rechter toegekende alimentatie; het niet hebben van een op grond van de Zorgverzekeringswet verplichte basisverzekering; overige gedragingen die als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan worden aangemerkt als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, waardoor belanghebbenden een beroep moeten doen op bijstand dan wel daar eerder of langer een beroep op moeten doen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel