Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen
De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar:
a. het aanwijzen van een voorzitter, secretaris en penningmeester, hun plaatsvervangers en de overige leden van het dagelijks bestuur;
b. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur of diens waarnemer;
c. het vaststellen van de begroting, respectievelijk begro tings wijzingen en de jaarstukken;
d. het vaststellen van een reglement van orde;
e. het vaststellen van de Financiële verordening en de Controle verordening;
f. het vaststellen van een verordening houdende de rechtspositie van het bij de
gemeenschappelijke regeling in dienst zijnd personeel;
g. het vaststellen van een verordening tot instelling van een commissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, en de verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
h. het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uit treding en opheffing van deze
gemeenschappelijke regeling;
i. het vaststellen van een directiestatuut.
j. Het instellen van commissies als bedoeld in artikel 24 en 25 van de Wgr.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Bevoegdheden van het algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland