**1.** Het dagelijks bestuur zendt periodiek, gelijktijdig met de ontwerpbegroting, vóór 1 april een ontwerp van het meerjarenbeleidsplan voor de komende periode toe aan de raden van de gemeenten.
**2.** Het ontwerpbeleidsplan wordt voor een ieder, tezamen met de ontwerpbegroting, ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190 lid 2 en 3 van de Gemeentewet is overeenkomstig van toepassing.
**3.** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van het ontwerp van het meerjarenbeleidsplan het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de gevoelens van de raden zijn vervat, bij het ontwerp van het meerjaren beleidsplan zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**4.** Het algemeen bestuur stelt het beleidsplan uiterlijk vast op 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor het beleidsplan moet dienen.
**5.** Het algemeen bestuur stelt op basis van het beleidsplan het bedrijfsplan van de GGD Zeeland vast. Als de raad van een gemeente ten aanzien van een bepaald onderwerp een eigen beleid wenst uit te voeren dat afwijkt van het gemeenschappelijke beleid, wordt ook het afwijkende beleidsstandpunt van deze gemeente in het bedrijfsplan opgenomen en door de GGD Zeeland uitgevoerd. Op de financiële gevolgen hiervan is artikel 24 lid 2 van toepassing.
**6.** Het dagelijks bestuur bereidt het beleidsverslag over het afgelopen jaar voor. Het beleidsverslag wordt ter vaststelling aan het algemeen bestuur voorgelegd dat er vóór 1 juli over beslist.
Hoofdstuk 9
Artikel 23
Beleidsplan en beleidsverslag
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland