Als grondslag voor de berekening van het recht geldt:
voor havengeld:
voor zeeschepen:de bruto-inhoud van het zeeschip in
GT zoals deze blijkt uit de meetbrief;
voor binnenvaartvrachtschepen:het aantal tonnen
laadvermogen, zoals dit blijkt uit de
meetbrief;
voor bedrijfsvaartuigen en binnenschepen:de
ingenomen wateroppervlakte zoals deze blijkt uit de
bij het schip behorende meetbrief;
voor pleziervaartuigen:het aantal strekkende meters
over de grootste lengte gemeten.
voor kadegeld:
het aantal door de voorwerpen op de kaden in beslag genomen
m2.
voor veiligheidsheffing:
Voor ISPS-gecertificeerde schepen de bruto-inhoud van het
schip in GT, zoals dit blijkt uit de meetbrief.
Bij gebreke van de meetbrief of het document, bij weigering om zulk
een stuk te tonen of ingeval het stuk de inhoud, het laadvermogen of
de ingenomen wateroppervlakte niet vermeldt, wordt de inhoud, het
laadvermogen of de ingenomen wateroppervlakte door het college van
burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of degene die hem
vervangt vastgesteld en worden de rechten naar de uitkomst daarvan
geheven.
Artikel 4
Heffingsgrondslag
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rechten onder naam van haven- en kadegelden 2013