**1..** De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel
zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit
later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
zijn de rechten bedoeld in 4.2 van de tarieventabel verschuldigd voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als
er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven, met inachtneming van lid 3.
**3..** Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan
zijn de rechten over die maand ten volle verschuldigd; vangt de
belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan zijn
over die maand geen rechten verschuldigd.
**4..** Belastingbedragen van minder dan € 10 worden niet geheven.
**5..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in 4.2 van de
tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met inachtneming
van lid 6, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
10.
**6..** Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan
wordt over die volle maand ontheffing verleend; eindigt de
belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over
die maand geen ontheffing verleend.
**7..** Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde onderscheidenlijk het
vijfde lid wordt het totaal van op één biljet verenigde aanslagen
respectievelijk ontheffingen lijkbezorgingsrechten of andere heffingen
aangemerkt als één belastingaanslag respectievelijk ontheffing.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2014