Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Terugvordering van gezinsleden

Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering Participatiewet 2015

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 worden kosten van een uitkering, indien deze aan een gezin wordt verleend, van alle gezinsleden teruggevorderd. 2.. Indien de uitkering als gezinsuitkering aan gehuwden had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat belanghebbende de verplichting bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid van de Participatiewet, artikel 30 sub c, tweede en derde lid van de Wet SUWI, artikel 13, eerste en tweede lid van de IOAW, artikel 13, eerste en tweede lid van de IOAZ niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van de uitkering mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in artikel 31 Participatiewet, artikel 8 van de IOAW, artikel 8 van de IOAZ bij de verlening van deze uitkering rekening had moeten worden gehouden. 3.. Indien de bijstand terecht als gezinsbijstand aan gehuwden is verleend, maar de belanghebbende toch de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet SUWI, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van de bijstand mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de Participatiewet, bij de verlening van de bijstand rekening had moeten worden gehouden; 4. de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de kosten van de uitkering die worden teruggevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel