**1..** Het college biedt minimaal eens in de vier jaar een (bijgesteld)
treasurystatuut aan.
**2..** Het statuut behandelt:
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
kunnen voeren;
het beheersen van de risico’s verbonden aan de
financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
kredietrisico’s;
het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
en het bereiken van een voldoende rendement op de
uitzettingen;
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
posities.
**3..** Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
participaties.
**4..** Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
financieringsstatuut. Het college zendt het besluit
financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad. De in dit artikel
benoemde financieringsfunctie is opgenomen in het
treasurystatuut.
**5..** De raad stelt deze nota uiterlijk binnen twee maanden na aanbieding
vast.