1.In de volgende gevallen kan een subsidie worden geweigerd, zonder dat daarvoor een advies aan de adviesgroep hoeft te worden gevraagd:
a.op grond van de weigeringgronden die zijn genoemd in de vigerende subsidieverordening;
b.indien de activiteit of het product niet is gericht op één (of meer) van de in artikel 2 genoemde toepassingsgebieden;
c.indien de aanvrager geen rechtspersoon zonder winstoogmerk of individueel beeldend kunstenaar is, zoals bedoeld in artikel 4 lid 2;
d.indien de aanvraag niet tijdig is ontvangen;
e.indien bij de activiteit of het product sprake is van een winstoogmerk;
f.indien sprake is van een benefiet- of ledenwervingsactiviteit;
g.indien sprake is van een activiteit van politieke, religieuze of levensbeschouwelijke aard;
h.indien voor de activiteit in het aangevraagde jaar al subsidie is verleend;
i.indien voor de aangevraagde activiteit al drie keer subsidie is verleend;
j.indien de aanvraag betrekking heeft op amateurkunst (enaars).
2.Daarnaast kan subsidie worden geweigerd:
a.indien bij de aanvraag sprake is van onvoldoende financiële onderbouwing;
b.indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld en/of de gelden niet doelmatig en doeltreffend besteed zullen worden;
c.indien de aanvraag onvoldoende scoort op artistieke kwaliteit en originaliteit zoals bedoeld in artikel 6 lid 2.
d.indien het beschikbare subsidieplafond door aanvragen met een hogere score is uitgeput;
e.indien uit de aanvraag blijkt dat de aangevraagde activiteit onderdeel uitmaakt van een groter geheel waarvoor ook subsidie is aangevraagd.