Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders weigeren een voorziening genoemd in artikel 4.1 indien: de ondersteuningsaanvrager zijn hoofdverblijf niet heeft of zal hebben in de woonruimte waarvoor de voorziening aangevraagd is; de beperking of het probleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw; er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de beperking of het probleem en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de woning; de beperking of het probleem niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning wordt begrepen) wordt ondervonden; de noodzaak tot het treffen van deze voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe opgrond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen geen aanleiding bestond en er geen belangrijke reden aanwezig was; de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing dan wel de acceptatie van de nieuwe woning heeft plaatsgevonden voordat burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen naar aanleiding van de aanvraag, tenzij burgemeester en wethouders schriftelijk toestemming hebben verleend voor die verhuizing of die acceptatie; de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsaanvrager niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij burgemeester en wethouders schriftelijk toestemming hebben verleend voor de verhuizing; de aanvraag een voorziening betreft genoemd in artikel 4.1 lid 4 onder a en de ondersteuningsaanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen; de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de ondersteuningsaanvrager verhuist naar een woning die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; de aanvraag verband houdt met een verhuizing naar een AWBZ-instelling; de aanvraag betrekking heeft op een voorziening in een AWBZ-instelling, de aanvraag betrekking heeft op hotels/pensions, trekkerswoonwagens, vakantiewoningen en tweede woningen; de te treffen voorziening bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; de kosten van een voorziening gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 45.000,00 tenzij weigering van die voorziening gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard; het een aanpassing betreft aan een gemeenschappelijke ruimte; er niet wordt voorzien in de financiering van het niet voor een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget in aanmerking komende deel van de kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel