Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Losser

1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet of WWB: Wet werk en bijstand; b. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; c. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d. uitkering: algemene bijstand op grond van de WWB, alsmede een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ; e. algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van  het bestaan (artikel 5, onderdeel b, van de wet); f. bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel d, artikel 12 en artikel 36 van de Wet werk en bijstand; g. bijstandsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onder c WWB of, voor zover sprake is van een IOAW of IOAZ uitkering, de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW respectievelijk artikel 5 IOAZ; h. verlagen: afstemming op grond van artikel 18, tweede lid van de WWB of artikel 20, lid 2 IOAW of artikel 20 lid 2 IOAZ; i. benadelingsbedrag: het netto bedrag of indien van toepassing het gebruteerde bedrag  aan uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is  gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de  voorziening in het bestaan; j. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Losser. k. jongere: uitkeringsgerechtigde in het kader van de Wet werk en bijstand in de leeftijd van 18 tot en met 26 jaar; l. beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; m. recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid van de Wet werk en bijstand en artikel 20a IOAW en artikel 20a IOAZ; n. bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand; o. verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand 2.  Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel