1. Het college past geen verlaging toe indien:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of
b. de gedraging meer dan één jaar vóór de constatering van die gedraging heeft plaatsgevonden;
2. Het college kan afzien van de verlaging indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
3. Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Afzien van het toepassen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Losser