Als bij toetsing de beoordelingscriteria voor de groenstructuur positief
zijn, letten wij er ook op of er eventueel delen openbaar groen
overblijven. De maatvoering van het resterende openbaar groen is hierbij
van belang, waarbij uitgangspunt is dat de beplanting zijn natuurlijke
vorm kan ontwikkelen en het beheer met standaardmachines kan worden
uitgevoerd. De minimale maatvoering is als volgt:
Gras: 3 meter
Lage beplanting (lager dan 1.25 meter): 3 meter
Hoge beplanting (hoger dan 1.25 meter): 5 meter
Het resterende groen moet voldoende omvang hebben. Afhankelijk van het
stedenbouwkundige ontwerp kan het wenselijk zijn om zowel een strook
gras als beplanting te handhaven. In dat geval dient de maatvoering te
worden aangepast, bijvoorbeeld 3 + 5 meter. Als de verkoop van
bijvoorbeeld een gedeelte van een beplantingsstrook leidt tot een
onacceptabel beeld van het restant van de strook dan
kan het noodzakelijk zijn om het resterende gedeelte openbaar groen te
renoveren. De kosten die hierbij gemaakt moeten worden zijn een gevolg
van de verkoop. In dat geval is het redelijk dat de aanvrager de kosten
op zich neemt.
3.5 Beheersoverwegingen
Artikel 3.5.1
Minimale maatvoering en beheerslasten
Onderdeel van Beleidsregels Uitgifte Openbaar Groen