Naar hoofdinhoud

3.5 Beheersoverwegingen

Artikel 3.5.1

Minimale maatvoering en beheerslasten

Onderdeel van Beleidsregels Uitgifte Openbaar Groen

Als bij toetsing de beoordelingscriteria voor de groenstructuur positief zijn, letten wij er ook op of er eventueel delen openbaar groen overblijven. De maatvoering van het resterende openbaar groen is hierbij van belang, waarbij uitgangspunt is dat de beplanting zijn natuurlijke vorm kan ontwikkelen en het beheer met standaardmachines kan worden uitgevoerd. De minimale maatvoering is als volgt: Gras: 3 meter Lage beplanting (lager dan 1.25 meter): 3 meter Hoge beplanting (hoger dan 1.25 meter): 5 meter Het resterende groen moet voldoende omvang hebben. Afhankelijk van het stedenbouwkundige ontwerp kan het wenselijk zijn om zowel een strook gras als beplanting te handhaven. In dat geval dient de maatvoering te worden aangepast, bijvoorbeeld 3 + 5 meter. Als de verkoop van bijvoorbeeld een gedeelte van een beplantingsstrook leidt tot een onacceptabel beeld van het restant van de strook dan kan het noodzakelijk zijn om het resterende gedeelte openbaar groen te renoveren. De kosten die hierbij gemaakt moeten worden zijn een gevolg van de verkoop. In dat geval is het redelijk dat de aanvrager de kosten op zich neemt.

Rechtspraak bij dit artikel