Naar hoofdinhoud

§ 6.2

Artikel 36

Toeslag alleenstaanden en alleenstaande ouders

Onderdeel van Verzamelverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013 /2

1.. De norm wordt verhoogd met een toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet indien de alleenstaande van 23 jaar of alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% voor de alleenstaande en alleenstaande ouder: a.. in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en waarvoor woonkosten en -lasten worden betaald; b.. die commerciële kamerbewoner is en geen bloedverwant in de eerste graad van de hoofdbewoner; c.. als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met uitsluitend één of meer bloedverwanten in de eerste graad met elk een inkomen van 50% of minder van het netto minimumloon en hij voor die woning ook woonkosten en -lasten verschuldigd is. 3.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder: a.. die niet commerciële kamerbewoner of kostganger is en niet een bloedverwant is in de eerste graad van de hoofdbewoner; b.. als deze hoofdbewoner is van de woning, voor deze woning woonkosten en woonlasten is verschuldigd en deze kan delen met maximaal twee inwonenden, die geen bloedverwant zijn in de eerste graad c.. als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met uitsluitend één of meer bloedverwanten in de eerste graad met een inkomen hoger dan 50% van het netto minimumloon en hij voor die woning ook woonkosten en -lasten verschuldigd is. d.. als er een woning wordt bewoond waarvoor alleen woonlasten verschuldigd zijn. e.. Als er een woning wordt bewoond waarvoor alleen woonkosten verschuldigd zijn 4.. Er wordt geen toeslag toegekend: a.. als een woning wordt bewoond waarvoor geen woonkosten en geen woonlasten verschuldigd zijn. b.. aan inwonende bloedverwanten in de eerste graad. c.. als de hoofdbewoner de woning kan delen met meer dan twee inwonenden. Dan wordt de hoofdbewoner gezien als beroepsmatig verhuurder. Eventuele inkomsten hoger dan de maximale toeslag zullen op de uitkering in mindering worden gebracht. 5.. Voor de toepassing van dit artikel worden gehuwden aangemerkt als één inwonende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel