Het percentage van de rente is gelijk aan het rentepercentage dat de gemeente zelf verschuldigd is voor geldleningen met een overeenkomstige looptijd en met dezelfde aflossingsvoorwaarden op het tijdstip van het aanvragen van de geldlening. Dit percentage blijkt uit de desbetreffende weekstaat van de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten. Het rentepercentage zoals door de gemeente in haar offerte wordt aangeboden, is 6 weken geldig tot na de datum van verstrekking van de offerte.
Indien de rente is gedaald gedurende de periode, gelegen tussen het aanvragen van de geldlening en het verstrekken van de geldlening, dan geldt het rentepercentage volgens de desbetreffende weekstaat van de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten, zoals die van toepassing is twee weken voor het verstrekken van de geldlening.
Voor de vaststelling van de rente dient de aanvrager een keuze te maken uit de perioden, waarover de rente jaarlijks een vast percentage zal belopen, te weten:
een periode van 5 jaren;
een periode van 10 jaren;
een periode van 20 jaren;
een periode van 30 jaren.
Telkenmale wordt, voorzover noodzakelijk, door burgemeester en wethouders twee weken vóór het verstrijken van de destijds gekozen renteperiode opnieuw de rente vastgesteld over eenzelfde periode, waarbij de op dat tijdstip geldende rente op de kapitaalmarkt wordt bedongen. Dit percentage blijkt uit de desbetreffende weekstaat van de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten.
De geldnemer kan twee maanden voor het verstrijken van de destijds gekozen renteperiode deze veranderen in een langere of kortere periode, zoals genoemd in lid 3 van dit artikel.
Indien de geldlening niet binnen zes maanden na de beslissing van burgemeester en wethouders geheel of gedeeltelijk is opgenomen, wordt na een positieve herbeoordeling van de jaarlijkse last conform artikel 2 lid 2, het rentepercentage aangepast aan de actuele rentestand.
Indien binnen 3 maanden na het aflossen van de oude hypothecaire geldlening een nieuwe hypotheekovereenkomst voor een andere woning wordt afgesloten en de rente van de oude hypothecaire geldlening lager is dan de rente voor nieuwe soortgelijke hypothecaire leningen, kan de rente van de afgeloste lening in de vorm van een middelrente meegenomen worden naar de nieuwe lening. Deze middelrente wordt met inachtneming van de rentelooptijd als volgt berekend: de verschuldigde rente over de oude resterende hypotheekschuld, verhoogd met de actuele rente die verschuldigd is over de benodigde aanvullende lening wordt gedeeld door 1% van de nieuwe hoofdsom.