Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Rente en aflossing

Onderdeel van 46 Hypotheekregeling

De aflossing van de lening en de betaling van de rente dient te geschieden in maandelijkse termijnen ten bedrage van 1/12 gedeelte van het jaarlijkse verschuldigde bedrag aan rente en aflossing. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die, waarin het laatste gedeelte van de geldlening door de gemeente ter beschikking is gesteld. Wanneer de ambtenaar zijn salaris uit de gemeentekas ontvangt, worden de aan de gemeente verschuldigde bedragen wegens rente en aflossing maandelijks op het salaris ingehouden. De overige ambtenaren zijn de bedragen wegens rente en aflossing eveneens maandelijks verschuldigd en geven hiervoor aan de gemeente een incasso-opdracht af.

Rechtspraak bij dit artikel