Naar hoofdinhoud
1. Over zaken a. Indien geen van de leden van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. b. Stukken of adviezen, waarvan de leden door het stellen van een paraaf te kennen hebben gegeven dat zij met het met daarop betrekking hebbend advies instemmen, worden niet ter bespreking of voor stemming ingebracht. Het besluit is in dat geval genomen conform het uitgebrachte advies. Tenzij één van de leden staande de vergadering één van de besluiten alsnog ter bespreking opvoert. c. Indien een lid van het college bij het nemen van het besluit stemming vraagt, wordt mondeling gestemd, tenzij het tweede lid van toepassing is. 2. Over personen a. Indien een lid van het college dat verlangt, wordt bij het nemen van een besluit over een benoeming, voordracht of aanbeveling van personen gestemd bij gesloten en ongetekende stembriefjes. b. De voorzitter en een wethouder fungeren als commissie van stemopneming. c. Ieder in de vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming   moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. d. Het aantal te benoemen personen bepaalt het aantal stemmingen. e. De commissie van stemopneming onderzoekt: 1. of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren; 2. of de ingeleverde stembriefjes behoorlijk zijn ingevuld. f. Indien de commissie constateert dat het aantal ingeleverde stembriefjes niet gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. g. De volstrekte meerderheid wordt bepaald door de leden die een behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. h. Onder een behoorlijk ingevuld stembriefje vallen niet: 1. een blanco stembriefje; 2. een ondertekend stembriefje; 3. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; 4. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; 5. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. i. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist het college, op voorstel van de voorzitter. j. De secretaris draagt zorg voor de vernietiging van de stembriefjes na de vaststelling van de beslissingenlijst van de vergadering waarin de stemming heeft plaatsgevonden. 3. Herstemming over personen a. Wanneer bij de eerste stemming, als bedoeld in artikel 8.2, niemand de volstrekte meerderheid heeft, wordt tot een tweede stemming overgegaan. b. Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft, vindt een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatsvinden. c. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. 4. Beslissing door het lot a. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, identieke briefjes geschreven. b. Deze briefjes worden, nadat zij door de commissie van stemopneming zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. c. Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje staat, wordt benoemd.

Rechtspraak bij dit artikel