De ambtenaar heeft recht op rechtskundige bijstand indien hij in de uitoefening van zijn dienst door schuld of nalatigheid, niet zijnde opzet of aan bewuste roekeloosheid grenzende verwijtbaarheid, in een gerechtelijke procedure verwikkeld raakt of dreigt te geraken.
Het eerste lid is eveneens van toepassing indien de ambtenaar buiten diensttijd betrokken raakt of dreigt te geraken in een zaak, waarin hij niet zou zijn gekomen als hij geen ambtenaar zou zijn.