Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder :
bezoldigingsregeling: de Bezoldigingsregeling Goes 1993 (Hoofdstuk 40 eigen regeling);
toelage: een toelage, als bedoeld in artikel 19, 20 en 21 eerste lid van de Bezoldigingsregeling;
salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
bezoldiging: de bezoldiging, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
ambtenaar:
degene, die ambtenaar is in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
degene die werknemer is in de zin van van hoofdstuk 2 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
uitkeringsperiode: de periode, waarover de aflopende toelage zich uitstrekt;
de berekeningsbasis: het bedrag, dat de basis vormt voor de berekening van aflopende toelage;
aflopende toelage: de aflopende toelage bedoeld in artikel 28, eerste lid van de bezoldigingsregeling.