De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak.
De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in
artikel 1.
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van
die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Het tarief van de reclamebelasting bedraagt in:
Gebied A: 1,50 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag
van € 100,00 en een maximumbedrag van € 250,00;
Gebied B: 0,4 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van €
100,00 en een maximumbedrag van € 300,00;
Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar
beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een
lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.