De verordening verstaat onder:
aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of om de vaststelling van een bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan heeft ingediend;
besluit: besluit als bedoeld in artikel 3:30, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening;
bestemmingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
bouwen: bouwen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
omgevingsvergunning activiteit bouwen: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de eerste fase daarvan, als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
college: college van burgemeester en wethouders;
coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden van besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de coördinatieregeling van Afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;
wijzigings/uitwerkingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.9A van de Wet ruimtelijke ordening;
projectomgevingsvergunning: een omgevingsvergunning voor een activiteit die slechts kan worden verleend met toepassing van het bepaalde in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
wet: indien in deze verordening wordt verwezen naar een wet, dient deze te worden gelezen, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van deze verordening.