Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Procedureregeling

Onderdeel van COORDINATIEVERORDENING WET RUIMTELIJKE ORDENING VLISSINGEN 2013

a. voordat wordt besloten om besluiten gecoördineerd voor te bereiden als bedoeld in artikel 3, wordt overleg gepleegd met de aanvrager, waarin afspraken worden gemaakt over de in te dienen stukken en over de vraag welke besluiten gecoördineerd worden voorbereid; b. de stukken, die benodigd zijn voor de besluiten worden zoveel mogelijk gelijktijdig ingediend, met dien verstande, dat de laatste aanvraag niet later wordt ingediend dan vier weken na ontvangst van de eerste aanvraag; c. indien een aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de ontbrekende stukken binnen twee weken in te dienen; d. onverminderd het bepaalde in artikel 3:24, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het nemen van de besluiten aan met ingang van de dag waarop de laatste volledige aanvraag is ontvangen; e. op de voorbereiding van besluiten als bedoeld in deze verordening is Afd. 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing; f. het college kan, de aanvrager gehoord, bepalen dat één of meerdere besluiten niet gecoördineerd worden voorbereid als bedoeld in artikel 3; alsdan geldt als datum van ontvangst van de buiten de coördinatie gehouden aanvraag/aanvragen om besluit/besluiten de datum volgend op die, waarop dat besluit bekend is gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel