De subsidie wordt geweigerd:
Indien niet wordt voldaan aan de minimale oppervlakte-eis zoals vermeld in artikel 3, lid 3 .
Indien het afkoppelen vanuit milieuhygiënische of hydrologisch oogpunt ongewenst is.
Indien er naar het oordeel van het college sprake is van opsplitsing zoals bedoeld in artikel 3 lid 4.
Indien het vastgestelde subsidieplafond uit artikel 4, lid 1, bereikt is.
Indien het geen bestaand dakoppervlak betreft.
Indien en voor zover voor hetzelfde project tevens subsidie en/of investeringsaftrek is verstrekt uit hoofde van een andere subsidieregeling of bij een ander bestuursorgaan tot een bedrag dat minstens gelijk is aan de grond van artikel 5 toe te kennen maximale bijdrage.
Het college kan de subsidie weigeren:
Indien naar het oordeel van het college de infiltratie van het afgekoppelde hemelwater in de bodem of afvoer naar open water in die specifieke situatie niet haalbaar of niet wenselijk is.
Wanneer voorafgaand aan de beschikking reeds met het afkoppelen een begin is gemaakt.
Indien het afkoppelen op enigerlei wijze overlast veroorzaakt of naar het oordeel van het college zal gaan veroorzaken.
Indien de (grond)waterbeheerder negatief heeft geadviseerd ten aanzien van de aanvraag.