Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Behandeling klachten en verzoeken om handhaving

Onderdeel van Helder en Haalbaar Handhaven

De maatschappelijke tendens is een accentverschuiving van vergunningverlening naar handhaving, terwijl ook de mondige burger (die helaas niet altijd communiceert met zijn buren) steeds meer een beroep doet op de handhaving. Veel (bouw)klachten vinden hun oorsprong in burenruzies; een schutting of schuurtje wordt dan aangegrepen om deze onderlinge twist via de gemeente uit te vechten. Tegelijkertijd worden vanuit de decentralisatie van rijkswege nieuwe handhavingstaken aan gemeenten toebedeeld (vaak zonder dat daarbij middelen beschikbaar worden gesteld). Deze tegenstrijdige ontwikkelingen leggen in toenemende mate een groter beslag op de beschikbare capaciteit/middelen en leiden ertoe dat handhaving onder spanning komt te staan. Dit dwingt naast deregulering tot verdergaande prioritering binnen de handhavingstaken. Zoals in paragraaf 3.3 reeds is aangegeven heeft de rechter aan gemeenten ‘de beginselplicht tot handhaving’ opgelegd. Echter, de burger moet bij ergernis of onderlinge twist niet als eerste naar de overheid kijken. Bij hinder en overlast is het vanzelfsprekend het beste als burgers er onderling uitkomen. Een goed gesprek tussen buren en eventueel deskundige buurtbemiddeling vormen een prima begin voor het ongedaan maken van een strijdige situatie, acceptatie van de legalisatie en hopelijk langdurig herstel van de onderlinge verhoudingen. Voorwaarde is wel dat de gemeente als het nodig is, handhavend op kan treden. Er is echter een groot verschil tussen wat burgers van gemeenten verwachten en wat gemeenten kunnen waarmaken (binnen de beschikbare capaciteit) als het om handhaving van regels gaat. Bij overlast verwachten de burgers veelal dat de gemeente per definitie de klachten zal wegnemen, terwijl de gemeente strikt moet toetsen of een bepaalde norm wordt overschreden. Een beleving van overlast hoeft nog niet te betekenen dat ook daadwerkelijk een norm wordt overschreden. Daarnaast heeft de gemeente ook nog eens de plicht te onderzoeken of een strijdige situatie gelegaliseerd kan worden. Kortom, de gemeente kan niet in alle gevallen als een soort ‘Rijdende Rechter’ fungeren. Deze spanning wordt ook geconstateerd in het rapport ‘Helder handhaven – Hoe gemeenten behoorlijk omgaan met handhavingsverzoeken van burgers’ (de Nationale ombudsman, september 2010). “Kernpunt is dat de gemeente transparant is, zodat de burger weet waar hij aan toe is”, aldus dit rapport. Die helderheid wil de gemeente Heerenveen met deze nota Helder en Haalbaar Handhaven bieden. Binnenkomende klachten (en verzoeken om handhaving) worden eerstens beoordeeld in relatie tot de prioriteiten Veiligheid en Gezondheid, of andere door het bestuur als prioritair benoemde normen of regels. Onder de laatste categorie valt het cultureel erfgoed; klachten en verzoeken om handhaving met betrekking tot monumenten worden vanuit het belang dat de gemeente hieraan hecht, in behandeling genomen. Voorts geldt dat indien klachten geen betrekking hebben op veiligheid en gezondheid, wij van de betrokken partijen verwachten dat zij eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid tonen. De gemeente is hierin geen partij (tenzij het duidelijk gaat om een exces, die gemeentelijk optreden rechtvaardigt). In sommige gevallen kan buurtbemiddeling (zie hieronder) een rol spelen. Over deze wijze van omgaan met klachten moet duidelijk gecommuniceerd worden. Klachten die betrekking hebben op veiligheids- of gezondheidsrisico’s worden door ons volgens een vaststaand protocol in behandeling genomen. Dit protocol houdt kort gezegd in dat de klacht wordt geregistreerd, onderzocht en er contact en/of terugkoppeling naar de klager plaatsvindt. Nagegaan wordt of er sprake is van een overtreding. Als dit het geval is wordt, nadat eerst de mogelijkheid tot legalisatie is onderzocht, gehandeld volgens de vastgestelde sanctiestrategie. Hierbij worden ook de ‘Spelregels voor helder handhaven’ zoals opgenomen in het rapport van de Nationale ombudsman in acht genomen. Deze zijn: Wees transparant de gemeente verstrekt actief informatie over het handhavingsbeleid en de manieren waarop zij kan optreden (bijvoorbeeld door middel van een folder of via de gemeentelijke website). De gemeente betrekt en informeert actief alle belanghebbenden bij de afhandeling van een handhavingsverzoek, een melding, een signaal of klacht over een illegale situatie. De gemeente motiveert haar besluiten duidelijk en begrijpelijk. Toon betrokkenheid De gemeente neemt na ontvangst van een verzoek om handhaving, een melding of een signaal of een klacht over een illegale situatie zo snel mogelijk contact op met de burger. De gemeente bespreekt met de burger het belang en het doel van zijn handhavingsverzoek, melding, signaal of klacht en wat hij verwacht van de gemeente. De gemeente legt de burger in een persoonlijk gesprek uit wat de (on)mogelijkheden van de gemeente zijn. De gemeente zoekt in samenspraak met de burger naar een snelle en informele oplossing van het probleem (zonodig met behulp van buurtbemiddeling, mediationtechnieken). Handel onpartijdig De gemeente ziet toe op naleving en handhaaft consequent. De gemeente onderzoekt na ontvangst van een handhavingsverzoek, een melding, een signaal of een klacht de situatie ter plekke. De gemeente maakt bij haar optreden of besluit een transparante onpartijdige afweging van alle belangen en maakt dat kenbaar. De gemeente handelt voortvarend en houdt zich aan de afgesproken termijnen. De gemeente doet te allen tijde recht aan de strekking van de rechterlijke uitspraak. Voor klachten/meldingen buiten kantooruren is er een regeling met de MAD (Milieuadviesdienst, zie Hoofdstuk 4.3). Deze is vooral gericht op milieucalamiteiten, waaronder asbestbranden. Medio 2013 zal deze opgaan in de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) – de beoogde provinciaal dekkende regionale uitvoeringsdienst (zie Hoofdstuk 4.3). De klachtaanname zal dan naar deze dienst overgaan. Naast de afhandeling van de klachten en meldingen informeert de klachtendienst desgewenst over de naleving van de milieuregelgeving. De invulling van de klachtendienst van de FUMO, zoals de rol bij incidenten en rampen, wordt tijdens de implementatie uitgewerkt. Klachten (of verzoeken om handhaving) binnenkomend via de FUMO (en thans nog de MAD) worden op gelijke wijze behandeld als hierboven beschreven. Deze wijze van prioritering van verzoeken om handhaving staat op gespannen voet met de ‘beginselplicht’ tot handhaving. De gemeente Heerenveen is hierin niet uniek. Wellicht dat in de geest van de huidige tijd de juridische of wetgevende ontwikkelingen een zodanige verschuiving vertonen dat deze werkwijze voor gemeenten rechtmatig wordt. Tot die tijd loopt de gemeente (door het niet in behandeling nemen van bepaalde verzoeken om handhaving) een zeker juridisch risico. In het uiterste geval kan de gemeente gedwongen worden tot handhaving. Buurtbemiddeling In relatie tot het bovenstaande: uit de evaluatie van het handhavingsbeleid blijkt dat een onevenredig deel van de handhavingscapaciteit opgaat aan ad-hoc zaken en klachten. De laatste hebben meestal betrekking op ergernissen of ruzies tussen buren. De meest gehoorde klacht is geluidsoverlast. Juridisch gezien kan de gemeente hier niet of nauwelijks tegen optreden. Het is lastig (objectief) te constateren en moeilijk handhaafbaar, maar in praktijk is dit wel wat het meest bij buren leeft. Bij een beperkte capaciteit gaat inzet op deze kwesties ten koste van toezicht en handhaving op andere (belangrijker) zaken. Bovendien is de landelijke verwachting dat ook het aantal bouwgerelateerde klachten toeneemt onder invloed van de Wabo (de verruimde mogelijkheid van vergunningvrij bouwen en/of het door de aanvrager ‘naar zichzelf toe’ invullen van de vragen op Omgevingsloket Online – het landelijk digitale aanvraagloket). In 2011 is de gemeente, in samenwerking met Caleidoscoop Welzijnsorganisatie, de woningbouwcorporaties en politie, een pilot buurtbemiddeling gestart. Hiervoor is tijdelijk formatieruimte vrijgemaakt. Bedoeling hiervan is om zelfredzaamheid onder burgers te stimuleren en de druk op de handhavers en juristen te verminderen. Buurtbemiddeling kan hierin een nuttig instrument zijn, en onnodige (verdere) escalatie en juridische procedures voorkomen. Buurtbemiddeling richt zich op herstel van communicatie en op de kracht van mensen om zelf hun conflicten op te lossen. Bewoners kunnen rechtstreeks telefonisch contact opnemen met buurtbemiddeling. In de meeste gevallen worden bewoners door bijvoorbeeld de woningcorporatie of de politie naar buurtbemiddeling verwezen. Een bemiddelingstraject is geheel vrijwillig. Bemiddelaars onderzoeken samen met de bewoners wat zij nodig hebben of kunnen doen om hun leefsituatie prettiger te maken. Het belangrijkste is dat bewoners zelf grip krijgen op hun leefsituatie. De eerste ervaringen met dit vernieuwende instrument zijn goed. Zodanig dat de gemeente na deze proeffase dit proces blijvend wil faciliteren. Buurtbemiddeling gaat op 1 januari 2013 van start met acht vrijwilligers uit de wijken en dorpen. Na een voorafgaande training zullen zij in ‘het veld’ conflicten tussen buren in een goede richting begeleiden. De coördinatie ligt bij een juridisch medewerkster van de afdeling Handhaving. Hiervoor zal in de Verantwoordings- en Perspectiefnota 2013 een personele uitzetting van ca. 0,1 fte worden voorgesteld, alsmede een budget voor uitvoering door de vrijwilligers (verzekering, onkosten/reiskostenvergoeding, bijscholing enz. Zie Hoofdstuk 4.2 Capaciteit).

Rechtspraak bij dit artikel