Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 11 onder a. en b. vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg
het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Recht op hulp bij het huishouden.
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Ede 2010