Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een in artikel 17 onder a. tot en met g. van de verordening vermelde voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen het normale gebruik van de woning beperken.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een in artikel 17 onder c. en f. van de verordening vermelde voorziening in aanmerking komen indien vanwege medische redenen of andere persoonlijke redenen, waaronder financiële en/of sociale omstandigheden, verhuizen niet realiseerbaar is, of wanneer gelet op het verschil tussen de kosten van voorziening als genoemd onder artikel 17 onder c. en/of f. in vergelijking met de kosten als genoemd onder artikel 17 onder a. van de betreffende persoon in redelijkheid niet gevergd kan worden om te verhuizen.
Verhuizing naar een aangepaste dan wel goedkoper aan te passen woning kan in ieder geval in redelijkheid worden gevergd indien de kosten van aanpassing van de huidige woning of een ander aan te passen woning meer bedragen dan € 45.000,00;
Indien de kosten van een voorziening genoemd in artikel 17, onder c., meer bedragen dan€ 20.000,00 wordt deze aan een huurder van een aan te passen woning slechts toegekend, indien in de huurovereenkomst de bepaling wordt opgenomen dat de aangepaste woning binnen een jaar na het vervallen van de grondslag voor het toekennen van de betreffende voorziening, opnieuw aan de verhuurder ter beschikking wordt gesteld. De huurder is gehouden binnen een maand na vervallen van deze grondslag burgermeester en wethouders én de verhuurder hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen.
Een persoon die op verzoek van de gemeente een woning verlaat, ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet, kan in aanmerking komen voor een voorziening als bedoeld in artikel 17 onder a. van de verordening.
Een persoon, die op grond van artikel 26 in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening komt voor een woonvoorziening in aanmerking, indien de toegekende vervoersvoorziening een woonvoorziening noodzakelijk maakt. Deze wordt aangemerkt als een afzonderlijke verstrekking waar eveneens een eigen bijdrage of eigen aandeel voor is verschuldigd.
Hoofdstuk 5.
Artikel 18
Recht op woonvoorzieningen.
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Ede 2010