Naar hoofdinhoud
1.. Onder inkomsten wordt verstaan alle inkomensbestanddelen waarover de cliënt beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, in ieder geval inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, sociale zekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dan wel inkomsten die naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen. 2.. Voor het bepalen van het in artikel 3, vierde en vijfde lid bedoelde inkomen wordt uitgegaan van de netto inkomsten van de cliënt in de maand van opvang. 3.. De netto inkomsten als bedoeld in het tweede lid worden, voor zover het inkomsten uit of in verband met arbeid en sociale zekerheidsuitkeringen betreft, vermeerderd met 5% vakantietoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel