Beslissingen of besluiten waarbij de integriteit in het gedrang kan komen worden altijd in samenspraak met een collega genomen.
Indien er sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling dan wordt de beslissingsbevoegdheid altijd overgedragen aan een collega. Tevens wordt de leidinggevende hiervan in kennis gesteld.
Sommige besluiten, zoals inkoop, hebben altijd een integriteitrisico. Als het nemen van dat besluit zou worden overgedragen, dan loopt een collega hetzelfde risico. Dergelijke besluiten worden niet alleen genomen, maar samen met een collega (door mede-parafering), met medeweten van de leidinggevende.
Er bestaan apart beschreven procedures hoe met risicovolle inkoop of uit-/aanbesteding wordt omgegaan. Hierin staan ook de criteria genoemd. Deze beschreven procedures vormen een onderdeel van de gedragscode.
Genomen beslissingen en besluiten worden geregistreerd met vermelding van aanleiding, doel, de namen van de beslissers en de datum.
Onderhandelingen en vertrouwelijke gesprekken met externe partijen waarbij afspraken worden gemaakt die juridische of financiële gevolgen kunnen hebben, worden samen met ten minste één collega gevoerd.
Van deze gesprekken en onderhandelingen wordt steeds een schriftelijk verslag van tenminste de aanleiding, het doel, de gemaakte afspraken en de mate en termijn van vertrouwelijkheid gemaakt.
Een ambtenaar die binnen zijn werk met privé-relaties te maken krijgt laat dergelijke aanvragen of contacten altijd via een collega lopen.