Aanstelling geschiedt bij eerste aanstelling voor een periode van één jaar bij wijze van proef en na de proeftijd van één jaar telkens voor een periode van vier jaar.
Een aanstelling voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege.
Hoofdstuk
Artikel 2
Aanstelling
Onderdeel van 54.1 Rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand