Naar hoofdinhoud
1. Indien de subsidieverlening 5.000,-- tot 15.000,-- Euro bedraagt, dient de subsidieontvanger één keer per twee jaren, in het geval van een structureel subsidie, een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een incidentele subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een structureel verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juli in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel