Naar hoofdinhoud
1. Wanneer de subsidie heeft bijgedragen in het verwerven van eigendommen of tot vorming van vermogen betaalt de instelling aan de gemeente een door het college te bepalen vergoeding bij: a. ontvangst van schadevergoeding voor verlies van eigendommen; b. wijziging van de bestemming van eigendommen; c. vervreemding van eigendommen; f. beëindiging van de activiteiten; g. beëindiging van de subsidiëring; h. bij ontbinding of opheffing van de instelling. In voorkomende gevallen doet de instelling zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het college. 2. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en van andere vermogensbestanddelen op het tijdstip, waarop de vergoeding verschuldigd wordt. Ontvangt de instelling een schadevergoeding, dan is de hoogte van de schadevergoeding uitgangspunt. 3. Wanneer het gaat om onroerende zaken, dan wordt de waarde bepaald door een in gezamenlijk overleg aan te wijzen deskundige.

Rechtspraak bij dit artikel