**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid Wwb, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 7, onder de vijfde categorie, wordt een verlaging opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. Het door belanghebbende geen beroep meer kunnen doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, wordt eveneens als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid beschouwd.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging op de volgende wijze vastgesteld:
bij een periode tot 3 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een periode van 3 tot 6 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden;
bij een periode van 6 tot 9 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden;
bij een periode van 9 tot 12 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende negen maanden;
bij een periode van 12 maanden en langer: 20% van de bijstandsnorm gedurende twaalf maanden of meer.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wwb, Ioaw en Ioaz gemeente Zeewolde 2013