Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

De hoogte en duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wwb, Ioaw en Ioaz gemeente Zeewolde 2013

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op: 5% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie; 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vijfde categorie. 2.. De hoogte van de verlaging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met d, wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.In afwijking hiervan wordt niet de hoogte maar de duur van de verlaging verdubbeld, indien sprake is van een verlaging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien, bedoeld in artikel 4, tenzij sprake is geweest van het afzien van een maatregel vanwege het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid. 3.. Het college kan bij een derde of volgende verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de bijstand verlagen in hoogte en/of duur, rekening houdend met de ernst van de gedragingen, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende. 4.. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college in bijzondere gevallen de bijstand verlagen voor een langere duur, als de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel